kankerlijer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·ker·lij·er
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kankerlijer kankerlijers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kankerlijer m

  1. (scheldwoord) rotzak
    ⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.

Gangbaarheid