kankeronderzoek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·ker·on·der·zoek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kankeronderzoek kankeronderzoeken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kankeronderzoek o [1]

  1. onderzoek naar de verschillende aspecten van kwaadaardige aandoeningen
    • „Eenmaal afgestudeerd belandde ik in een gerenommeerd laboratorium dat voor het Universitair Medisch Centrum Utrecht fundamenteel kankeronderzoek verricht. We keken, kort gezegd, wat er in de cellen misgaat bij het ontstaan van een tumor. Mijn collega’s kwamen uit alle hoeken van de wereld, dát vond ik leuk aan mijn baan. Het werk op zich vond ik wel oké. De spreekwoordelijke druppel was een gesprek met collega’s over een Amerikaans onderzoeksteam dat had gesjoemeld met data. In plaats van verontwaardiging was de tendens: ‘Hoe gaan wij hier gebruik van maken?’” [2] 
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Steffi Weber 15 november 2016