tering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tering -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tering v [4] [5]

  1. consumptieve uitgaven
    • Hij was gedongen de tering naar de nering te zetten. 
  2. (geschiedenis), (medisch) een verzamelnaam voor ziektes zoals tuberculose en kanker die een dodelijke afloop hadden
    • Men leefde in angst voor de tering. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De tering naar de nering zetten
niet meer uitgeven dan dat je hebt
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen