nierkanker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nier·kan·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nierkanker
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nierkanker m

  1. (medisch) kwaadaardige aandoening van de nieren
    • Mike vernam in 2013 dat hij een hersentumor had. Sindsdien kreeg hij thuis de beste zorgen van zijn echtgenote Julie en de kinderen. In 2016 sloeg het noodlot een tweede maal toe. Julie bleek lever- en nierkanker te hebben. Bovendien waren er uitzaaiingen over haar hele lichaam. Een zware klap. De geliefden moesten een strijd aangaan die ze niet konden winnen. [1] 
    • In 2004 kreeg Dupont in Amerika een recordboete, omdat het jarenlang zorgwekkende onderzoeksresultaten had verzwegen. En in 2005 begon een bevolkingsonderzoek onder 70.000 mensen in de VS, dat een mogelijk verband uitwees tussen C8-uitstoot en vijf ernstige aandoeningen, waaronder nierkanker. [2] 
    • Een moeder uit Groot-Brittannië heeft duizenden mensen ontroerd met een simpele foto. Het gaat om twee beelden: links staat haar dochtertje Emily, rechts precies dezelfde plek maar dan leeg. Het 8-jarige meisje verloor in december haar strijd tegen nierkanker, na een moedig gevecht van maar liefst drie jaar. [3] 

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen