gård

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: gardgaard
En gård
Een boerderij

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • gård
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse zelfstandige naamwoord garðr
Naar frequentie 3814
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gård     gården     gårder     gårdene  
genitief   gårds     gårdens     gårders     gårdenes  

Zelfstandig naamwoord

gård, m

  1. (landbouw) boerderij
  2. (tuinieren) tuin
  3. hof
  4. (bouwkunde) woonhuis, huis met winkels en kantoren (in een stad)
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [2]: bo på gård
op de boerderij wonen
  • [2]: drive gård
een borderij bedrijven
  • [2]: folkene på gården
de plattelandsbevolking
  • [2]: gå fra gård og grunn
huis en hoeve verlaten


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • gård
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudzweedse zelfstandige naamwoord garþer
Naar frequentie 3746
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gård     gården
(ook:) gårn  
  gårdar     gårdarna  
genitief   gårds     gårdens
(ook:) gårns  
  gårdars     gårdarnas  
Opmerkingen
  • In de omgangstaal en de alledaagse geschreven taal bestaat ook gårn als bepaalde vorm enkelvoud.
  • Verouderde datiefvorm van gård is gårde, gebruikt in de uitdrukking: gammal i gårde (= ervaren)

Zelfstandig naamwoord

gård, g

  1. binnenplaats
  2. (landbouw) boerderij
  3. (religie) aureool, gloriool, halo, lichtkrans, mandorla, nimbus, stralenkrans, stralenkroon
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: gammal i gårde
ervaren