lichtkrans

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • licht·krans
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lichtkrans lichtkransen
verkleinwoord lichtkransje lichtkransjes

Zelfstandig naamwoord

lichtkrans m [1]

  1. een rand van licht
     Terwijl hij luisterde naar het gefluister en voelde hoe het gebouw van naalden zich rekte en omhoogging, zag vorst Andrej bij vlagen de rode lichtkrans van de kaars en hoorde hij het geritsel van de kakkerlakken en het gezoem van de vliegen die tegen zijn hoofdkussen en zijn gezicht aan vlogen.[2]
     Vanaf de Faeröer eilanden is morgen de ´corona´ te zien; de lichtkrans die ontstaat doordat de zon en maan precies op één lijn staan.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Leo Tolstoj op Wikipedia “Oorlog en Vrede” (1869), van Oorschot, ISBN 978902825115 1
  3. Bronlink geraadpleegd op 22 januari 2022 Weblink bron “Zonsverduistering: het begint te kriebelen” (19-03-2015), NOS