kirkegård

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • kir·ke·gård
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Deense zelfstandige naamwoorden kirke en gård
Naar frequentie 8371
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kirkegård     kirkegården     kirkegårde     kirkegårdene  
genitief   kirkegårds     kirkegårdens     kirkegårdes     kirkegårdenes  

Zelfstandig naamwoord

kirkegård, g

  1. (religie) begraafplaats, kerkhof
Afgeleide begrippen
Meroniemen