gard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: gaardgård

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gard
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gard garden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gard v / m

  1. een roe
    Vol verwachting klopt ons hart, wie de koek krijgt, wie de gard.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • gard
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord garðr
Naar frequentie 18351
[A] + [B] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gard     garden     garder     gardene  
genitief   gards     gardens     garders     gardenes  

Zelfstandig naamwoord

[A] gard m

  1. hek, omheining
  2. (figuurlijk) iets, dat vergelijkbaar is met een hek, bijv. een mensenketting
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

[B] gard m

  1. (landbouw) boerderij, boerenbedrijf, boerenhoeve, boerenhofstede, boerenhofstee, hoeve, hofstede, hofstee
  2. (tuinieren) tuin
  3. hof
  4. (bouwkunde) woonhuis, huis met winkels en kantoren (in een stad)
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [2]: bo på gard
op de boerderij wonen
  • [2]: drive gard
een borderij bedrijven
  • [2]: folkene på garden
de plattelandsbevolking
  • [2]: gå fra gard og grunn
huis en hoeve verlaten


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • gard
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord garðr
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gard     garden     gardar     gardane  

Zelfstandig naamwoord

gard m

  1. (landbouw) boerderij, boerenbedrijf, boerenhoeve, boerenhofstede, boerenhofstee, hoeve, hofstede, hofstee
  2. (tuinieren) tuin
  3. hof
  4. (bouwkunde) woonhuis, huis met winkels en kantoren (in een stad)
  5. hek, omheining
  6. (figuurlijk) iets, dat vergelijkbaar is met een hek, bijv. een mensenketting
Synoniemen
Afgeleide begrippen