hage

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ge
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse woord  hagi zn 
Naar frequentie 4345
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hage     hagen     hager     hagene  
genitief   hages     hagens     hagers     hagenes  

Zelfstandig naamwoord

hage, m

  1. (tuinbouw), (tuinieren) tuin
    «Hun hage er som et fyrverkeri av sommerblomster.»
    Haar tuin is als een vuurwerk van zomerbloemen.
  2. (figuurlijk) een faciliteit met principes die lijken op een tuin, zoals in een 'Kindergarten' "kleuterschool"
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ge
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse woord  hagi zn 
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hage     hagen     hagar     hagane  

Zelfstandig naamwoord

hage, m

  1. (tuinbouw), (tuinieren) tuin
    «Sjåføren stakk av, men ble seinere funnet skadd i en hage like ved.»
    De bestuurder rende weg, maar werd later gewond gevonden in een nabijgelegen tuin.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen