frykteleg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • fryk·te·leg
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nederduitse bijvoeglijke naamwoord fürchterlich
  • Nynorsk bijvoeglijk naamwoord en bijwoord met het achtervoegsel -leg
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud frykteleg fryktelegare fryktelegast
o enkelvoud frykteleg
meervoud fryktelege
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
fryktelege fryktelegare fryktelegaste

Bijvoeglijk naamwoord

frykteleg

  1. abject, abominabel, afgrijselijk, afschrikwekkend, afschuwelijk, angstwekkend, bang, beroerd, erg, ernstig, geducht, gevreesd, gruwelijk, lelijk, onfraai, onooglijk, razend, schrikaanjagend, schrikbarend, schrikverwekkend, schrikwekkend, verschrikkelijk, vreselijk, woest
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • ein frykteleg ulykke
een verschrikkelijk ongeval
Opmerkingen

Bijwoord

frykteleg

  1. afgrijselijk, afschuwelijk, bang, buitengewoon, ontstellend, ontzettend, ontzagwekkend, schrikbarend, verschrikkelijk, vreselijk
  2. onbevreesd, onversaagd, onverschrokken, onvervaard, onwrikbaar
  3. (vóór bijwoorden staand, als versterking gebruikt) erg, ontzettend, zeer
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • [3]: frykteleg redd
vreselijk bang
Opmerkingen