vreselijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vre·se·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vreselijk vreselijker vreselijkst
verbogen vreselijke vreselijkere vreselijkste
partitief vreselijks vreselijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

vreselijk

  1. bijzonder erg, schrikwekkend, verschrikkelijk
    • Dat vreselijke ongeval veroorzaakte verslagenheid alom. 
  2. angstaanjagend
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijwoord

Bijwoord

vreselijk

  1. in zeer hoge mate, buitengewoon, zeer, heel erg
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen