verschrikkelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·schrik·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verschrikkelijk verschrikkelijker verschrikkelijkst
verbogen verschrikkelijke verschrikkelijkere verschrikkelijkste
partitief verschrikkelijks verschrikkelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

verschrikkelijk

  1. zo erg dat men er van schrikt
    • Er klonk een verschrikkelijke klap toen de bliksem vlakbij insloeg. 
    • De aanslagen raken hem ook persoonlijk heel diep. „Ik heb er vanochtend ook over gepreekt. Pasen is het feest van de opstanding, van de overwinning van het leven op de dood. Voor al die mensen die zijn omgekomen en hun families vind ik het verschrikkelijk wat er is gebeurd. [1] 
  2. enorm
    • Haar komische timing is waanzinnig, de kwetsbaarheid die ze eronder legt is zo mogelijk nog indrukwekkender. Haar koningin Anne is als de film zelf: verschrikkelijk grappig en oneindig tragisch. Wereldvreemd, en daarmee juist zo menselijk. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen