veldig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • vel·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nederduitse woord "weldich".
Naar frequentie 182

Bijvoeglijk naamwoord

veldig

  1. enorm
    «Dette har vært en veldig påkjenning for meg personlig og for min familie.»
    Dit was een enorme belasting voor mij persoonlijk en voor mijn gezin.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud veldig veldigere veldigest
o enkelvoud veldig
meervoud veldige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
veldige veldigere veldigeste
Verwante begrippen

Bijwoord

veldig

  1. zeer, erg
    «Stillitsen er ein veldig interessant fugl.»
    De putter is een zeer interessante vogel.
    «Vi er veldig lettet i dag.»
    We zijn erg opgelucht vandaag.
Uitdrukkingen en gezegden
  • veldig godt
erg goed


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • vel·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nederduitse woord "weldich".

Bijvoeglijk naamwoord

veldig

  1. enorm
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud veldig veldigare veldigast
o enkelvoud veldig
meervoud veldige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
veldige veldigare veldigaste
Verwante begrippen

Bijwoord

veldig

  1. zeer, erg
Uitdrukkingen en gezegden
  • veldig godt
erg goed