lelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: lee(t)lijc (leet + -lijc)
  • Verwant in Germaans:
Oudhoogduits: leidlîh, Fries: lilk, Oudfries: lêthlic
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lelijk lelijker lelijkst
verbogen lelijke lelijkere lelijkste
partitief lelijks lelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

lelijk

  1. onprettig om naar te kijken, niet mooi
    Dat is een lelijk huis.
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

lelijk ogen

Vertalingen