figure

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
figure figures

Zelfstandig naamwoord

figure

  1. figuur
  2. cijfer
  3. voorbeeld
vervoeging
onbepaalde wijs to figure
he/she/it figures
verleden tijd figured
voltooid
deelwoord
figured
onvoltooid
deelwoord
figuring
gebiedende wijs figure

Werkwoord

figure

  1. berekenen
  2. menen






Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  figure     la figure     figures     les figures  

Zelfstandig naamwoord

figure v

  1. een gedaante, figuur, personage
    «Une figure politique.»
    Een politieke figuur.
  2. een illustratie, symbool, verbeelding, vorm
    «Une figure géométrique.»
    Een geometrische figuur.
  3. (anatomie): gezicht, gelaat
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Meroniemen
Verwante begrippen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
figurar

figure

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van figurar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van figurar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van figurar
vervoeging van
figurarse

figure

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van figurarse
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van figurarse
  3. gebiedende wijs (ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van figurarse