bedrag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·drag
enkelvoud meervoud
naamwoord bedrag bedragen
verkleinwoord bedragje bedragjes

Zelfstandig naamwoord

bedrag o

  1. som geld, geldsom
    • Ik heb een aanzienlijk bedrag op mijn rekening staan. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.