afbeelden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·beel·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afbeelden
beeldde af
afgebeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

afbeelden

  1. overgankelijk een beeldende gelijkenis maken
    • Dit diagram is niet erg duidelijk afgebeeld. 
    • Op de Nederlandse euro staat het staatshoofd afgebeeld 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.