braam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Rijpende bramen aan een braamstruik
Uitspraak
Woordafbreking
  • braam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord braam bramen
verkleinwoord braampje braampjes

Zelfstandig naamwoord

braam m

  1. (plantkunde) Rubus Wikispecies-logo-en.png, braamstruik
  2. (fruit) Rubus, vrucht van de braamstruik die zwart van kleur is
    Bramen zijn zwart van kleur, braambozen zijn zoeter en roder.
  3. beschadiging op een (metaal)oppervlak waardoor het minder glad is
    Hij heeft de wedstrijd verloren omdat er een braam op zijn schaats zat.
  4. (vissen) brasem
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl