brame

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief brame bramen
genitief bramen bramen
datief brame bramen
accusatief brame bramen

Zelfstandig naamwoord

brame m

  1. braam


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
bramar

brame

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van bramar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van bramar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van bramar