Naar inhoud springen

brame

Uit WikiWoordenboek
  • bra·me
vervoeging van
bramen

brame

  1. aanvoegende wijs van bramen


vervoeging van
bramer

brame

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van bramer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van bramer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van bramer


enkelvoud meervoud
nominatief bramebramen
genitief bramenbramen
datief bramebramen
accusatief bramebramen

brame m

  1. braam


vervoeging van
bramar

brame

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van bramar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van bramar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van bramar