blijf-van-mijn-lijfhuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blijf-van-mijn-lijf·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blijf-van-mijn-lijfhuis blijf-van-mijn-lijfhuizen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

blijf-van-mijn-lijfhuis o

  1. opvanghuizen voor vrouwen, kinderen en tegenwoordig ook mannen die slachtoffer zijn van of bedreigd worden met huiselijk geweld, eergerelateerd geweld of om andere redenen in een knelsituatie menen te zitten
    • Na uren mishandeling en bedreiging kan de vriendin ontkomen. Ze rent naar buiten, en belt vanuit een cafetaria 112. Haar vriend wordt „binnen tien minuten” gearresteerd, maar zijn hond wordt niet in beslag genomen. Tijdens het door hem georganiseerde evenement zit hij vast. Zijn vriendin wordt naar een Blijf-van-mijn-lijfhuis gebracht. Maar wat het werk van hulpverleners soms zo ingewikkeld maakt: de vrouw verbreekt de relatie met M. niet. Ze modderen nog enkele maanden door. Aan-uit, aan-uit, uit. „Liefde is niet van de ene op de andere dag over”, zegt de vrouw daarover. Ze vordert 2.000 euro immateriële schade van M. en nog wat geld voor kapotte kleding en ziekenhuiskosten.[2] 
    • Ze heeft een fijne jeugd gehad, maar „wel anders dan anderen” door de pijnlijke scheiding van haar ouders. „Laten we het er op houden dat mijn moeder een hele dappere vrouw is. Ze verliet mijn vader toen ik acht jaar was. Had geen baan, stond er alleen voor. Met z’n vijven woonden we in een blijf-van-mijn-lijfhuis.”[3]  
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. blijf-van-mijn-lijfhuis op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Merel Thie 23 januari 2017
  3. NRC Danielle Pinedo 29 juli 2016