uitblijven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·blij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitblijven
bleef uit
uitgebleven
klasse 1 volledig

Werkwoord

uitblijven

  1. ergatief ondanks alle verwachting niet optreden
    • De moesson is uitgebleven en nu dreigt er een misoogst. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.