achterblijven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·blij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achterblijven
bleef achter
achtergebleven
klasse 1 volledig

Werkwoord

achterblijven

  1. ergatief nog steeds ergens zijn waar anderen of iets anders niet meer aanwezig is
    • Bij het affiltreren van de oplossing bleef fijn verdeeld goud op het filter achter. 
    • De zwakke leerling kon het tempo van de andere leerlingen niet bijbenen hij bleef achter bij de anderen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.