achterblijven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·blij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achterblijven


bleef achter


achtergebleven


klasse 1 volledig

Werkwoord

achterblijven

  1. (ergatief) nog steeds ergens zijn waar anderen of iets anders niet meer aanwezig is
    Bij het affiltreren van de oplossing bleef fijn verdeeld goud op het filter achter.
    De zwakke leerling kon het tempo van de andere leerlingen niet bijbenen hij bleef achter bij de anderen.
Vertalingen