overblijven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·blij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overblijven
bleef over
overgebleven
klasse 1 volledig

Werkwoord

overblijven

  1. nog overhouden
    • Er was nog een munt in de portemonnee overgebleven. 
  2. op school blijven tussen de lessen in de ochtend en middag
    • Tussen de middag mocht Marcel overblijven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie