baard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Man met baard [1]
Uitspraak
Woordafbreking
  • baard
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘haar op kin en wangen’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • Afkomstig van de Indo-Europese wortel *bʰardʰ-eH₂- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord baard baarden
verkleinwoord baardje baardjes

Zelfstandig naamwoord

baard m

  1. typisch mannelijke gezichtsbeharing op en rond de kin
    • Het wordt gezien als hét kenmerk van de echte man: de baard.[3] 
     Eén jongen die me direct opviel door zijn gigantische rode baard vertelde me dat hij een houthakker uit Tennessee was.[4]
Uitdrukkingen en gezegden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen