baardmannetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • baard·man·ne·tje
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord baardmannetje baardmannetjes

Zelfstandig naamwoord

baardmannetje o dim. tant.

  1. (vogels) Panurus biarmicas, een zangvogeltje ter grootte van een mus waarvan het mannetje een blauwgrijze kop met verticale baardstreep heeft
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

baardmannetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord baardman

Meer informatie