baardwerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Het baardwerk bij een rivierkrib (fig. 2).
Uitspraak
Woordafbreking
  • baard·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord baardwerk baardwerken
verkleinwoord baardwerkje baardwerkjes

Zelfstandig naamwoord

baardwerk o

  1. (waterbeheer) met zand gevulde constructie uit rijshout die vroeger vaak de kern van kribben vormde
     Ook bij het maken van een krib van baardwerk mag niet worden losgelaten de gedachte, dat het hout alleen dient om het zandlichaam van de krib bij elkaar te houden; het moet daarom luchtig worden gespreid, teneinde het zand ruim gelegenheid te laten in de holten van het rijshout door te dringen.[2]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 10 december 2021 Weblink bron Bolderman, M.B.N. e.a. “Beknopt leerboek der waterbouwkunde”, 3e druk (1932), L.J. Veen, Amsterdam, p. 421