spelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spe·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spelen
speelde
gespeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

spelen

  1. recreatief of ontspannend bezig zijn
  2. muziek maken op een muziekinstrument
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

spelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord spel
Synoniemen