speelveld
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- speel·veld
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | speelveld | speelvelden |
| verkleinwoord | speelveldje | speelveldjes |
Zelfstandig naamwoord
speelveld o
- een veld waarop een spel wordt gespeeld
- Voor de wedstrijd keurde de scheidsrechter het speelveld.
- gelijk ~: (figuurlijk) eerlijke concurrentie tussen partijen, zonder inmenging van buitenaf
- Met het nemen van allerlei maatregelen hopen ze zo een voor alle partijen gelijk speelveld te creëren voor de komende verkiezingen.
- (figuurlijk) (economie) markt waar een onderneming e.d. actief is (ook speelterrein)
- de benoeming van het speelveld voor de voorgenomen investering helpt een onderneming om duidelijk naar klanten, werknemers en investeerders te bla, bla
Synoniemen
- [1] speelterrein
Vertalingen
1. een veld waarop een spel wordt gespeeld
2. eerlijke concurrentie tussen partijen, zonder inmenging van buitenaf