speelveld

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • speel·veld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord speelveld speelvelden
verkleinwoord speelveldje speelveldjes

Zelfstandig naamwoord

speelveld o

  1. een veld waarop een spel wordt gespeeld
    Voor de wedstrijd keurde de scheidsrechter het speelveld.
  2. gelijk ~: (figuurlijk) eerlijke concurrentie tussen partijen, zonder inmenging van buitenaf
    Met het nemen van allerlei maatregelen hopen ze zo een voor alle partijen gelijk speelveld te creëren voor de komende verkiezingen.
  3. (figuurlijk) (economie) markt waar een onderneming e.d. actief is (ook speelterrein)
    de benoeming van het speelveld voor de voorgenomen investering helpt een onderneming om duidelijk naar klanten, werknemers en investeerders te bla, bla
Synoniemen
Vertalingen