ontspannen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɔntˈspɑnə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ɔntˈspɑnə(n)/
Woordafbreking
- ont·span·nen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontspannen |
ontspande |
ontspannen |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
ontspannen
- (overgankelijk) in een minder gespannen staat brengen
- Hij genoot van het prachtige concert en dat ontspande hem behoorlijk.
- (wederkerend) trachten de spanningen van de dag weg te laten vloeien
- Probeer je wat te ontspannen, ga eens naar een concert!
Afgeleide begrippen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | ontspannen | ontspannener | ontspannenst |
| verbogen | - | - | - |
Bijvoeglijk naamwoord
ontspannen
- in een minder gespannen staat
- Ik heb geen problemen met mijn ontspannen arm.