klaarspelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- klaar·spe·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| klaarspelen |
speelde klaar |
klaargespeeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
klaarspelen
- iets moeilijks in orde of ten einde brengen
- Hij heeft die moeilijke opdracht wél mooi klaargespeeld, iets wat je van de andere kandidaten niet kunt zeggen.