speler

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spe·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van spelen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord speler spelers
verkleinwoord spelertje spelertjes

Zelfstandig naamwoord

speler m

  1. een deelnemer aan een spel of sport
    Dit spel wordt gespeeld met twee spelers.
  2. een partij
    Microsoft is een belangrijke speler op de softwaremarkt.
  3. iemand die toneel speelt, een toneelspeler
  4. iemand die een muziekinstrument bespeelt, muzikant b.v. een hobospeler
  5. apparaat dat kan (af)spelen b.v. een mp3-speler, cassettespeler, cd-speler, dvd-speler, filmspeler of platenspeler
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Nynorsk

Woordafbreking
  • spe·ler

Zelfstandig naamwoord

speler, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van spele