speler
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spe·ler
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | speler | spelers |
| verkleinwoord | spelertje | spelertjes |
Zelfstandig naamwoord
speler m
- een deelnemer aan een spel
- Dit spel wordt gespeeld met twee spelers.
- een partij
- Microsoft is een belangrijke speler op de softwaremarkt.