speler

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spe·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van spelen met het achtervoegsel -er.
enkelvoud meervoud
naamwoord speler spelers
verkleinwoord spelertje spelertjes

Zelfstandig naamwoord

speler m

  1. een deelnemer aan een spel
    Dit spel wordt gespeeld met twee spelers.
  2. een partij
    Microsoft is een belangrijke speler op de softwaremarkt.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen