speler
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spe·ler
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | speler | spelers |
| verkleinwoord | spelertje | spelertjes |
Zelfstandig naamwoord
speler m
- een deelnemer aan een spel of sport
- Dit spel wordt gespeeld met twee spelers.
- een partij
- Microsoft is een belangrijke speler op de softwaremarkt.
- iemand die toneel speelt, een toneelspeler
- iemand die een muziekinstrument bespeelt, muzikant b.v. een hobospeler
- apparaat dat kan (af)spelen b.v. een mp3-speler, cassettespeler, cd-speler, dvd-speler, filmspeler of platenspeler
Vertalingen
Nynorsk
Woordafbreking
- spe·ler
Zelfstandig naamwoord
speler, mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van spele