muziekinstrument
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /myˈzikˌɪnstrymɛnt/
Woordafbreking
- mu·ziek·in·stru·ment
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van muziek en instrument
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | muziekinstrument | muziekinstrumenten |
| verkleinwoord | muziekinstrumentje | muziekinstrumentjes |
Zelfstandig naamwoord
muziekinstrument o
- (muziek) instrument om muziek mee te spelen
- Jan koos voor een gitaar toen hij een muziekinstrument mocht kiezen.
Hyponiemen
- aerofoon (luchtklinker)
- chordofoon (snaarklinker)
- elektrofoon (elektronisch geluid)
- idiofoon (zelfklinker)
- membranofoon (velklinker)
Verwante begrippen
Vertalingen
1. instrument om muziek mee te spelen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.