valsspelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vals·spe·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
valsspelen
speelde vals
valsgespeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

valsspelen

  1. (inergatief) heimelijk de regels van een spel overtreden om zo de uitkomst te beïnvloeden