bos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos
enkelvoud meervoud
naamwoord bos bossen
verkleinwoord bosje bosjes

Zelfstandig naamwoord

bos

  1. o: een groep bomen.
    Hij gingen wandelen in de bossen.
  2. m: een bundel stelen of vezels.
    Hij bracht een bosje bloemen mee.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Latijn

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos

Zelfstandig naamwoord

bōs m of v

  1. rund, os
  2. koe
Verbuiging



Papiamento

Zelfstandig naamwoord

bos

  1. donder
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen