chef
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- chef
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | chef | chefs |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
chef m
- de baas, iemand die de leiding heeft
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de baas, iemand die de leiding heeft