las

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • las
enkelvoud meervoud
naamwoord las lassen
verkleinwoord lasje lasjes

Zelfstandig naamwoord

las m

  1. (techniek) een vastverbonden voeg tussen twee metalen voorwerpen.

Werkwoord

vervoeging van
lezen

las

  1. enkelvoud verleden tijd van lezen
    Ik las.
    Jij las.
    Hij, zij, het las.
vervoeging van
lassen

las

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lassen
    Ik las.
  2. gebiedende wijs van lassen
    Las!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lassen
    Las je?


Frans

  enkelvoud meervoud
  mannelijk     las     las  
  vrouwelijk     lasse     lasses  

Bijvoeglijk naamwoord

las

  1. vermoeid


Nynorsk

Woordafbreking
  • las

Werkwoord

las

  1. verleden tijd van lesa

Werkwoord

las

  1. verleden tijd van lese


Pools

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

las m

  1. bos


Spaans

Lidwoord

las v/mv

  1. de
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen