las
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /lɑs/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /lɑs/
Woordafbreking
- las
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | las | lassen |
| verkleinwoord | lasje | lasjes |
Zelfstandig naamwoord
las m
- (techniek) een vastverbonden voeg tussen twee metalen voorwerpen.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| lezen |
las
- enkelvoud verleden tijd van lezen
- Ik las.
- Jij las.
- Hij, zij, het las.
- Ik las.
| vervoeging van |
|---|
| lassen |
las
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lassen
- Ik las.
- gebiedende wijs van lassen
- Las!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lassen
- Las je?
Frans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | las | las |
| vrouwelijk | lasse | lasses |
Bijvoeglijk naamwoord
las
Nynorsk
Woordafbreking
- las
Werkwoord
las
- verleden tijd van lesa
Werkwoord
las
- verleden tijd van lese
Pools
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
las m
Spaans
Lidwoord
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Techniek in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Frans
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans
- Woorden in het Nynorsk
- Werkwoordsvorm in het Nynorsk
- Woorden in het Pools
- Zelfstandig naamwoord in het Pools
- Woorden in het Spaans
- Lidwoord in het Spaans