inhoud

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·houd
enkelvoud meervoud
naamwoord inhoud inhouden
verkleinwoord inhoudje inhoudjes

Zelfstandig naamwoord

inhoud m

  1. datgene wat bevat is in een ander lichaam
    Deze zak heeft wijn als inhoud.
  2. (wiskunde) het product van lengte, breedte en hoogte
    De inhoud van die kubus bereken je door de lengte, de breedte en de hoogte met elkaar te vermenigvuldigen.
  3. het geheel van handelingen en gedachten vervat in een boek of ander medium
    De inhoud van dit WikiWoordenboek groeit met de dag.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
inhouden

inhoud

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inhouden
    ... dat ik inhoud.

Meer informatie