ander
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ander | anderen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
ander m
- diegene die je niet zelf bent.
- Dat laat ik aan anderen over.
Vertalingen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Woordafbreking
- an·der
Bijvoeglijk naamwoord
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | ander | ||
| verbogen | andere |
ander
- niet deze.
- De broek heeft een andere kleur dan deze trui..
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1.