ander
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- an·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ander | anderen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
ander m
- diegene die je niet zelf bent
- Dat laat ik aan anderen over.
Anagrammen
Vertalingen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | ander |
| verbogen | andere |
Bijvoeglijk naamwoord
ander
- niet deze
- De broek heeft een andere kleur dan deze trui.