wan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan
enkelvoud meervoud
naamwoord wan wannen
verkleinwoord wannetje wannetjes

Zelfstandig naamwoord

wan v/m

  1. (landbouw) een mand om koren te zuiveren van kaf en stro
  2. (techniek) blaasbalg van een smidse
  3. reservoir van sommige soorten ovens (zie wanoven)
  4. (informatica) acroniem voor 'wide area network' (idem lan)


Werkwoord

vervoeging van
wannen

wan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wannen
    Ik wan.
  2. gebiedende wijs van wannen
    Wan!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wannen
    Wan je?


stellend
onverbogen wan
verbogen wanne

Bijvoeglijk naamwoord

wan

  1. (verouderd) schadelijk, slecht, verkeerd
Opmerkingen
  • Alleen nog gebruikelijk in samenstellingen, zie: wan-




Surinaams

Telwoord (srn)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Engelse one.

Hoofdtelwoord

wan

  1. één