aaneenschakeling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·een·scha·ke·ling
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van aaneenschakelen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aaneenschakeling | aaneenschakelingen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
aaneenschakeling v
- het aaneenschakelen
- Door de aaneenschakeling zonnecellen in meerdere modules kan deze elektriciteit nuttig gebruikt worden in de woning.
- ononderbroken reeks
- Een aaneenschakeling van woningen.
Verwante begrippen
Vertalingen
1.