tof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tof
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘goed’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • [bijvoeglijk naamwoord]: van Hebreeuws טוב via het Jiddisch en het Amsterdams [2]
  • [bijvoeglijk naamwoord]: van Jiddisch [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tof toffer tofst
verbogen toffe toffere tofste
partitief tofs toffers -

Bijvoeglijk naamwoord

tof

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) goed, mooi, leuk, fijn
  2. (informeel), (spreektaal) populair, gaaf, cool
    • Dat is de tofste gozer die ik ken. 
Verwante begrippen
  • Jiddisj ook: tov
cursief: alleen Jiddisj; vet: zowel Hebreeuws als Jiddisj
nr.  sluit-
letter
letter  naam in
Hebreeuws 
naam in
Nederlands 
wordt in
Nederlands 
als
cijfer 
1    א   אָלֶף   alef  ollef  ' • a 1
2    ב   בֵּית   beet ,  bet •  beis  b • v 2
3    ג   גִּימֵל   gimel  g 3
4    ד   דָּלֶת   dalet  d 4
5    ה   דָּלֶת   hee  h 5
6    ו   וָו   wav •  wov  v, w • oe 6
7    ז   זַיִן   zajin •  zajen  z 7
8    ח   חֵית   chet •  ches  ch 8
9    ט   טֵית   tet •  tes  t 9
10    י   יוֹד   jod •  joed  ji,ie 10
11  ך   כ   כַּף   kaf ,  chaf •  chof  ch • k 20
12    ל   לָמֶד   lamed  l 30
13  ם   מ   מֵם   mem  m 40
14  ן   נ   נוּן   noen  n 50
15    ס   סָמֶךְ‎   samech  s 60
16    ע   עַיִן   ajin •  ajen  ' • e 70
17  ף   פ   פֵּא   pee  p • f 80
18  ץ   צ   צַדִי   tsadi ,  tsadee •  tsaddi ,  tsaddek  ts 90
19    ק   קוֹף   koef ,  kof  k 100
20    ר   רֵישׁ   reesj  r 200
21    ש   שִׁין   sjien  sj • s 300
22    ת   תָּו‎   tav •  tof  t • t 400
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord tof tofs
verkleinwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

tof v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) 22ste, laatste letter van het alfabet
  2. (Jiddisch-Hebreeuws) getal vierhonderd
Verwante begrippen
  • Hebreeuws: tav
  • Jiddisj ook: sof

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

tof v

  1. (spreektaal) foto
    «Le mec d’internet dont je t’avais parlé, il m’a envoyé sa tof
    De kerel van internet waar ik het met je over had heeft me zijn foto gestuurd. [1]

Verwijzingen