kof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
type zeilschip voor binnen- en kustvaart met platte bodem en ronde voor- en achtersteven

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kof 1.: koffen
2.-6.: kofs
verkleinwoord kofje kofjes

Zelfstandig naamwoord

kof v/m

  1. (scheepvaart)(historisch) type zeilschip voor binnen- en kustvaart met platte bodem en ronde voor- en achtersteven
  2. (Jiddisch-Hebreeuws) negentiende letter van het alfabet
  3. (Jiddisch-Hebreeuws) getal honderd
  4. (Jiddisch-Hebreeuws) elfde letter van het alfabet
  5. (Jiddisch-Hebreeuws) getal twintig
  6. (Suriname) omslag onderaan broekspijp
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders
53 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Bretons

Zelfstandig naamwoord

kof

  1. buik