Jiddisj

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: jiddisj


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Jid·disj
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

Jiddisj o

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) (taal) taal van Asjkenazische joden die omstreeks 1000 in de Rijnstreek is ontstaan, zich vandaar over de hele wereld heeft verspreid en voor de Tweede Wereldoorlog door ruim tien miljoen joden werd gesproken; gebaseerd op Duitse dialecten, met Romaanse invloeden en veel Hebreeuwse en Aramese elementen; geschreven met Hebreeuwse letters

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen Jiddisj Jiddisjer Jiddisjt
verbogen Jiddisje Jiddisjere Jiddisjte
partitief Jiddisj Jiddisjers -

Jiddisj

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) (taal) van of in de Jiddisje taal
Schrijfwijzen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

Jiddisj

  1. (taal) Jiddisch

Bijvoeglijk naamwoord

Jiddisj

  1. (demoniem) Jiddisch