leuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leuk
Woordherkomst en -opbouw
  • Etymologisch verwant met lauw, vergelijk modern Nederduits lūk 'lauw, flauw, kalm', Fries (verouderd) lûk 'sluw, slim', Engels lukewarm. [1]
  • [1] In de betekenis van ‘grappig’ aangetroffen vanaf 1892 (zie vindplaats hieronder).[2]
  • [2] In de oudere betekenis van 'kalm, bedaard' nog bewaard in de uitdrukkingen doodleuk, leukweg 'zeer kalm, nuchter, onverschillig'. De oudere betekenis ‘kalm, bedaard’ is een figuurlijke betekenisverschuiving van oorspronkelijk 'lauw, halfwarm', die nog sporadisch aangetroffen wordt, vooral in de dialecten.
  • [3] De huidige, dominante betekenis van 'prettig, aangenaam' (eigenlijk 'zijnde vermakelijk, amusant' uit eerder 'schalks, zijnde grappig') dateert van ca. 1980, dankzij de opkomst van bekende film- en televisie-persoonlijkheden, die zowel vermakelijk als grappig uit de hoek konden komen.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen leuk leuker leukst
allerleukst
verbogen leuke leukere leukste
allerleukste
partitief leuks leukers -

Bijvoeglijk naamwoord

leuk

  1. (verouderd) grappig, schalks
     Ik kende dien artist niet, zegt hij, maar een van mijn kennissen had mij gezegd, dat hij zoo'n verbazend leuke vent was, die een massa verduiveld grappige dingen en kunstjes wist; aardigheden, waar je je buik bij moest vasthouden als hij bezig was.[3]
     Daarom babbelden ze nogal eens over de chauffeurs, die de bus afwisselend bestuurden. Die ene, dat was een leuke vent. altijd maakte hij grapjes, als je de bus in kwam. En lekker hard jagen dat hij kon, als ze eens wat aan de late kant waren! Dan die andere, die zei haast nooit wat, dat leek een echte slome.[4]
  2. (verouderd) bedaard, kalm
     De man, die dit ontdekte, was een voorzichtige, leuke vent, die zich zelf niet gaarne op den voorgrond plaatste.[5]
  3. prettig, aangenaam
     En Joop? „Doderer ...? Die zie ik toch liever op de tv. Daar kan ik wel om hem lachen. Maar die man is zó stug..., wéét u dat? Die Belg. die Jo de Meyere. dat was een leuke vent. Hij kwam altijd naast me zitten bij het eten. Die was echt geïnteresseerd in me".[6]
    • Dat feest gisteren was best leuk. 
    • `Ik vind dat je niets moet doen wat je niet leuk vindt.' ` Meneer Poons, in wat voor wereld leeft u eigenlijk?' [7] 
Afgeleide begrippen
Opmerkingen
  • De "onvoorspelbare" betekenisontwikkeling voor 'grappig' uit 'kalm, bedaard' voor leuk zou verklaard kunnen worden in het specifieke gebruik ervan in de jongeren- of studententaal [1]: leuk zou dan de slang uitdrukking kunnen hebben voor 'droogkomisch'. Een aanwijzing hiervan is te vinden in de Utrechtsche studenten almanak van 1865 [8]:
    "Smaken verschillen, zal de beverige student wel gedacht hebben, toen hij in eer en deugd de Biltstraat opmarcheerde. —De leuke koek ! Ziehier den gastheer in gezelschap van zijn epitheton ornans: koek is bijgenaamd de leuke, omdat hij criant vervelend kan zijn, zeer onverschillig is, en ontzettend veel nonsensicale stopwoordjes tot zijne dispositie heeft".
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[9]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 leuk op website: Etymologiebank.nl
  2. "leuk" in: Sijs, N. van der Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. 2e druk (2002) Veen, Amsterdam / Antwerpen; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3; p. 0)
  3. Bronlink Weblink bron Mengelwerk, een aardigheid (02-05-1892) in: Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant, 's Hertogenbosch, J.J. Arkesteyn & Zoon
  4. Bronlink Weblink bron De saaie chauffeur (06-11-1943) in: Nieuwe Apeldoornsche courant, dagblad voor Apeldoorn en de Veluwe, Apeldoorn, J.G.C. Wegener, p. 2.
  5. Bronlink Weblink bron Buitenland. Groot-Brittanie. Het vergaan van de Hegaers (28-11-1871) in: Algemeen Handelsblad, Amsterdam, P. den Hengst en Zoon [etc.], p. 1.
  6. Bronlink Weblink bron "Een gesprek met een hoofdrolspeler. (29-03-1980) in: De waarheid, Amsterdam, p. 7.
  7. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 149
  8. Utrechtsche studenten almanak voor het haar 1865, p. 23. Geraadpleegd op Delpher op 17-07-2020.
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nedersaksisch

Bijvoeglijk naamwoord

leuk

  1. leuk; prettig, grappig, aangenaam


Veluws

Bijvoeglijk naamwoord

leuk

  1. leuk; prettig, grappig, aangenaam