kaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaf
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘Bargoens: twintig’ voor het eerst aangetroffen in 1860 [1]
  • [2, 3] Herkomst: Hebreeuws [2]
[1] enkelvoud meervoud
naamwoord kaf -
verkleinwoord kafje kafjes
[2, 3] enkelvoud meervoud
naamwoord kaf kafs
verkleinwoord kafje kafjes

Zelfstandig naamwoord

kaf

  1. o (voeding) de vliezen rondom de graankorrels
  2. v/m (Jiddisch-Hebreeuws) elfde letter van het alfabet
  3. v/m (Jiddisch-Hebreeuws) getal twintig
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen