tabakszak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·baks·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tabakszak tabakszakken
verkleinwoord tabakszakje tabakszakjes

Zelfstandig naamwoord

tabakszak m

  1. kleine zak (b.v. van leer) waarin men tabak bij zich droeg

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.