string

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

stringtanga
Uitspraak
Woordafbreking
  • string
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘minuscuul broekje dat van achter slechts uit een koordje bestaat’ voor het eerst aangetroffen in 1983 [1]
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gegevenstype dat uit een reeks tekens bestaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1980 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord string strings
verkleinwoord stringetje stringetjes

Zelfstandig naamwoord

string v / m

  1. (informatica) reeks tekens (tevens in sommige programmeertalen een datatype)
  2. (natuurkunde) basaal "deeltje" in de stringtheorie
  3. (kleding) tanga die van achter slechts uit een koordje ('string') bestaat, stringtanga
  4. streng ??
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
string strings

Zelfstandig naamwoord

string

  1. touw
  2. snaar
  3. snoer
vervoeging
onbepaalde wijs to  string 
he/she/it  strings 
verleden tijd  strung 
voltooid
deelwoord
 strung 
onvoltooid
deelwoord
 stringing 
gebiedende wijs  string 

Werkwoord

string

  1. rijgen
  2. snaren aanbrengen