basaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·saal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘aan de basis’ voor het eerst aangetroffen in 1933 [1]
  • afgeleid van basis met het achtervoegsel -aal [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen basaal basaler basaalst
verbogen basale basalere basaalste
partitief basaals basalers -

Bijvoeglijk naamwoord

basaal

  1. fundamenteel.
    • Dit is zeker basale kennis. 
  2. (medisch) (anatomie) aan of bij de basis liggend
    • Basale cellen zijn de diepstgelegen cellen van de opperhuid. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
83 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen