aaneenrijgen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·een·rij·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aaneenrijgen
reeg aaneen
aaneengeregen
klasse 1 volledig

Werkwoord

aaneenrijgen

  1. (overgankelijk) aan elkaar vast rijgen (met name figuurlijk)
    Het aaneenrijgen van gebeurtenissen in een betekenisvol plot is erg moeilijk.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen