kletskoek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klets·koek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kletskoek kletskoeken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kletskoek m

  1. nonsens, geleuter
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie